zondag 22 juli 2012

Treefellas & Widowmakers



Widowmakers noemen ze het. De 20 meter hoge gumtree in tuin van onze oude buurvrouw heeft alweer een tak van zo’n twee meter verloren. Het is niet de reden van het verlies van haar man, maar het is levensgevaarlijk, ook voor ons. De boom moet om.

Toen wij bijna een jaar geleden ons huis betrokken waren we verrukt te zien dat wij een echte originele eucalyptusboom deelden met onze buuf. Een gigantisch groot Australisch icoon. Geen koala’s in onze achtertuin maar wel possums en papegaaien. Goed voor de schaduw in de zomer, zo zei men. Echter de afgelopen zomer was (ook) hier de natste in 59 jaar, momenteel is het winter, dus wij vinden iets minder schaduw niet zo erg.


De Tree-fellas staan ‘s ochtends voor de deur. Drie man sterk in fel rode T-shirts met het Australische accent dat wij in onze buurt niet echt horen. Ze moeten vanaf onze tuin aan het werk omdat de tuin van de buurvrouw een jungle is. Eén klimt omhoog, uiteraard gezekerd, met kettingzaag in de hand. Er wordt een touw om een tak gegooid, vast getrokken, afgezaagd en door twee man sterk naar beneden getakeld. Fijn om naar te kijken, zowel voor de kinderen als voor mij. ‘Goed beroep als je net als jij, van boomklimmen houdt’, zeg ik tegen Morris.




Een man met verwilderd haar steekt zijn hoofd om de poort. ‘Welk huisnummer is dit’? schreeuwt hij. Hij is woedend omdat de boom omgaat. De boom staat in de tuin van de buren roep ik hem na. Hij gaat ons aanklagen.
De oude buurvrouw woont hier al 45 jaar en kijkt met weemoed naar de afgezaagde takken. Het is triest om te zien, alsof ze een stuk van haar weghalen. Even later staat er een man van de gemeente op de stoep aan wie ze de kapvergunning overhandigd.
De Treefellas zijn twee dagen bezig en laten een tuin vol zaagsel achter. Wij hebben weer openhaard hout en goede bijzettafels. Die avond lijken de papegaaien extra hard te schreeuwen om hun favoriete hangout.


Bij de Woolworth/ Woolies, de Appie op z’n Australisch, zie ik een kerstboom. Celebrate Xmas in July. Bij Bondi-Beach is een schaatsbaan. Mensen stuntelen met één hand aan de reling. Het is 17 graden en de zon schijnt. Een stuk verderop hebben de kinderen een zeehond gesignaleerd op de rotsen. En nóg een walvis. Winter in Sydney.

‘Is dat de optocht van Sinterklaas?’
Lotus kijkt over mijn schouder mee op mijn iPhone naar een piepklein NOS journaal. Ik moet lachen en vertel haar dat dat de Vierdaagse is. Ruim 40.000 man op de been. Via een chip kan ik van mijn oud-studiegenoot volgen hoeveel kilometer zij in welke tijd heeft afgelegd. Hoe gaaf. Dit is wandelen anno 2012.

Over twee weken lopen Rudi en ik tussen 80.000 man de City2Surf. Iets minder kilometers dan de Vierdaagse. We starten bij Hydepar Central Business District, waar Rudi werkt en gaan via William Street tot aan Bondi Beach.
Wij kijken er naar uit omdat m’n moeder met m'n zus en kinderen ons komen aanmoedigen. Eindelijk na een jaar, ons eerste familiebezoek.

dinsdag 19 juni 2012

Ik hou niet van oranje!


‘Oranje?!’ zei Farah toen ze het pakje open maakte. ‘Ik hou helemaal niet van oranje!’

Tante Jolanda was zo lief geweest om vijf T-shirts op te sturen naar de andere kant van de wereld, zodat wij -geheel in stijl- de wedstrijden zouden kunnen zien. Farah deed er nog een schepje bovenop. ‘Ik ga toch nooit naar voetbal?’ Daar had ze gelijk in… Ik snoot haar neus. We hadden hier geen last van Oranje koorts.

Rudi was de enige die om 4:00 ’s ochtends is opgestaan en de taxi naar de kroeg heeft genomen. Helaas. Het heeft niet mogen baten. Terwijl de zon op kwam in Sydney, zag hij de ondergang op groot scherm.



 We went on a whale watching cruise and I fell asleep. Lotus.

WHALE 3 x 2 = 6! Farah.

‘Mama, vertel nog een keer van toen ik in jouw buik zat en jij voor de eerste keer walvissen zag in IJsland?’ vraagt Morris.
We zitten op de boot met 35 toeristen en varen de Sydney Harbour uit. We zijn nog geen mijl uit de kust als de kapitein de eerste twee walvissen signaleert. Water spuit omhoog, we zien twee donkere ruggen, twee staarten en weg zijn de 12-16 meter lange beesten.

De minuten daarna is het wonderlijk stil op de boot. Zelfs de luidruchtige amerikaanse meiden in te dunne jasjes houden hun mond. Iedereen tuurt de horizon af, met camera of iPhone in de hand. Vijf minuten blijven de bultrugwalvissen onder water om elders weer naar boven te komen en adem te halen.
Lotus is door de wiegende golven in slaap gevallen in Rudi’s armen en Farah hangt tegen hem aan. ‘Gaan we nu naar huis?’ vraagt ze.

Morris staat voor op de boeg. Capuchon op, want de zon schijnt maar het is KOUD. Ik ben warm dankzij mijn thermo-ondergoed.
‘Ja!! Weer twee.’ En even later nog twee. We juichen.

Het lijkt wel de Pacific Highway voor walvissen. Morris is teleurgesteld als we 2 uur later terugvaren. De kapitein had laten weten dat er verderop nog een groep van 4 walvissen zou zwemmen. Die zijn aan onze blik ontsnapt. Later hoor ik dat er die dag in totaal 26 walvissen zijn gesignaleerd. 

In een warm bed met kruik, lezen we walvis boeken en verbazen we ons samen hoe ze ooit met roeibootjes deze beesten konden vangen.


Ik kom terug van de Kundalini Yoga en Mul Mantra schalt door de speakers.
Snatam Kaur zingt Long Time Sun en het effect op de kinderen is altijd wonderlijk als ze mantra’s horen. Het maakt ons allemaal rustig.

Saaaat (adem in), nammmm (adem uit). Chant ik.
HEeeee (adem in), MAaaaaa (adem uit). Chant Farah.
IKEeeee (adem in), Aaaaaaa (adem uit). Chant Lotus.

Ik zie ineens de beste reclame voor me.

Inmiddels ben ik Double Four geworden, woon in Double Bay en voel me Double Happy met de mensen die we inmiddels om ons heen hebben verzameld. Het feest op hoge hakken met mijn echte liefde een de fijne mix van mensen was goed, al ben ik twee keer omgevallen. Lag het aan de sterke margarita’s of miste ik Margriet?

woensdag 23 mei 2012

Walvis in Bondi!

Morris is intens verdrietig. Terug in Sydney huilt hij drie nachten, omdat hij Nederland mist. Zijn neef Raffi. De opa’s en oma’s. Z’n vrienden. Eigenlijk iedereen. 


Nederland is leuk. De Pinda-achtbaan. De Dino in het Westerpark. Paardrijden. De midget-golfbaan. De Efteling. Het kasteel. Oh nee, dat was België. 
Het veulen van opa dat naar hem vernoemd is. Logeren.


‘Ik snap het’, zeg ik. Zijn tranen zijn mijn tranen.
‘Wat gaan we er nou aan doen?’ vraag ik mijn zesjarige zoon. 
‘Was Raffi maar mijn broer, dan zou hij nu hier zijn….’, snottert hij. 






En dan, met weer wat licht in zijn ogen:
‘Ik ga een groot huis bouwen waar we allemaal in kunnen wonen.’ zegt hij. ‘Al onze familie en vrienden uit Nederland én Australië.’
 ‘Dat wil ik ook’.

We ontkomen er niet aan om na zo’n goede vakantie, de twee landen continu met elkaar te vergelijken. Eindelijk heeft vandaag Nederland het gewonnen qua temperatuur.

‘Nederland is leuker, Australie is mooier, he mam?’

‘Ja, veel mooier’, zeg ik terwijl we buiten lopen en ik me weer verbaas over hoe groen en groots het hier is.

Hij tuurt naar de wereldkaart die in de woonkamer hangt. Het is het huwelijkskado dat met ons meereist. Rondom Australië is nog genoeg plek. Hij weet dat stukken land zich verplaatsten.

‘Als Nederland nou eens naast Australië komt te liggen, en dan maken we een brug ertussen!’

Morris is dol op de Harbour Bridge, dus zoiets zal het wel worden. Misschien kan Rudi een booreiland regelen?






Inmiddels zijn we ruim twee weken verder en hebben we na wat koorts, verkoudheden en hoestaanvallen, dankzij school, de draad weer opgepakt. Het is fijn te merken dat we hier ook zijn gemist. Bladeren vallen van de bomen. Het is herfst hier. De dagen worden korter, maar er is veel zon die we opslurpen.
    

‘LOOK!! A whale!!!’, roept Helen. 
We zitten met een takeaway koffie op een bankje aan de baai van Bondi Beach. En inderdaad, we zien de rug van de bultrug walvis. Heel dichtbij. Vlakbij waar de surfers in het water liggen. Ik spring op. Krijg kippenvel in de zon. Wowwwww, wowww, kan ik alleen maar zeggen. Wowwww! 

Hij/ zij laat zich nog eens zien en nog eens en nog eens. Ik probeer foto's te maken met mn iPhone. De staart komt omhoog en langzaam glijdt het enorme beest de kust af. We volgen hem en lopen over de rotsen. Een man tuurt door een verrekijker. Hij vertelt dat hij aan het zwemmen was toen het gevaarte voorbij kwam. Zijn hart sloeg over, zei hij. Hij heeft een gelukzalige blik in zijn ogen. Net als wij.
Wát een begin van de dag. 

Als Morris uit school komt vertel ik hem mijn nieuws. Hij kijkt verrukt.
Het is gaaf dat we hier wonen. Niks is voor altijd. Ik ben blij. 

Het is de tijd dat de walvissen naar het noorden trekken, naar tropische gebieden om te paren en te kalveren. In november gaan ze weer zuidwaarts naar Antarctica om goed te eten en te groeien. We hebben dus nog meer kansen om ze te zien, deze was er vroeg bij. 

‘Je hebt toch wel foto’s gemaakt, hè mam?’ 
Ik pak mn telefoon en tik erop. Morris grist hem uit mijn handen. 

‘Jaaaaaa!! Ik zie hem!!!’, zegt hij. 

Hoe blij kun je worden bij het zien van een piepklein zwart puntje. Alsof je naar een eerste echo kijkt. We omhelzen elkaar.


  

zaterdag 19 mei 2012

Klassenfoto in uniform

Zijn dit onze kinderen? Ik bekijk de foto’s van de schoolfotograaf. Drie portretten van keurige kinderen in uniform. Op één foto staan ze met z’n drieën samen. Ze lachen hetzelfde. Ik heb ze nog nooit zo zien lachen. Ze zeggen geen ‘cheese’ of ‘Baliii”, maar iets veel subtieler. Een soort zacht zuchtend: ‘he, he…’

Ik denk terug aan mijn schoolfoto’s. 1976 zal het geweest zijn. We kwamen net uit de zwemles. 25 kinderen met natte haren en rode wangen. Voor de gelegenheid had ik wel mijn gele communie-blouse aangetrokken. Op de foto van een jaar later hangen we over elkaar heen en wordt er zelfs bij de meester op schoot gezeten. Zelfgemaakte broeken van spijkerstof (het woord denim bestond nog niet?), of van ‘rib’ (corduroy!) met froezels aan de onderkant als de broek te kort was geworden. Een kleurrijke bende.




Op de klassenfoto van onze kinderen staan 20 kinderen keurig opgesteld. Meisjes in blauwwitte jurkjes en jongens met lichtblauwe polo en donkerblauwe broek. Op de voorste rij zitten 7 meisjes met benen netjes bij elkaar, de handen op de schoot gelegd zoals de koningin dat doet. De schoenen bepalen wie waar zit. (Ze hadden toch sport die dag?) 


De juf staat fier rechtop. Alleen Lotus zit een beetje teveel voorover gebogen alsof ze op de wc zit.


Ik kreeg het voor elkaar om samen met m’n beste vriendinnetje op de foto te gaan. “Jaha, wij zijn zusjes”. Ik herinner me mijn arm die om haar heen moest slaan van de fotograaf. Ik pieste bijna in m’n broek van het lachen. Ik sta met een rood hoofd op de foto en heb tranen in mijn ogen van het lachen.

Dat was niet de foto die mijn ouders dachten besteld te hebben.

Beschaafd. Zoet. Dat zijn onze kinderen op de foto. Het is mij in de afgelopen vijf jaar nog nooit gelukt zo’n foto te maken waarbij ze alle drie dezelfde blik hebben. Geen tongen eruit, duimen in de mond of weggedraaide hoofden. Je ziet alleen aan de schaafwond op Morris’ kin dat er bij ons thuis ook gevochten wordt.

Ze zijn het echt. De oma's zullen er blij mee zijn. 



zaterdag 10 maart 2012

Camper-trip part3



Een stuk verderop ligt met Hyams Beach, benoemd door The Guinness Book of Records als het strand met het witste zand van de wereld. We hebben al heel wat stranden gezien, maar dit is inderdaad verblindend mooi. Als in dit paradijs onze drie beginnen te jengelen, besluiten verder te gaan. Het ligt slechts 200 km van ons huis af, wellicht keren we ooit terug, just the two of us....


Een man komt hijgend aangelopen. Zijn natte T-shirt plakt aan z’n buik, z’n broek is nat alsof hij er in geplast heeft. ‘Ik vaar al vanaf mijn achtste, maar dit heb ik nog nooit meegemaakt. Het koste me een uur om terug te komen.’ Hij is zichtbaar opgelucht dat hij op vaste wal staat. We zien hoge witte schuimkoppen. Rudi biedt een helpende hand om de boot weer op de trailer te krijgen. Boodderee National Park ligt ook aan Jervis Bay, er staat zo’n windkracht 6. Naast de kleine boot zitten twee mannen als kleine jongens, blij dat ze het overleefd hebben. 


Het is een bizar contrast met het strandje verderop aan dezelfde baai waar onze drie met boogieboards onder de arm zonder probleem het heldere water in kunnen. Achter ons de bush met een knal blauwe lucht. Rudi maakt nog een extra wandeling. Eigenlijk is de maximum hoeveelheid toegestane felle zon de enige reden om deze unieke plek na een paar uur te moeten verlaten.


De weg naar Pebbly beach is er zo een van ‘Where the bad roads ends, the good life begins’. Murramarang National Park, waar de kangoeroes tussen de bomen en tenten lopen, en de kookaburras ons toelachen. Hoge golven, strand en gras in een glooiend Teletubbi-landschap. Nergens zwervend afval, wel schone toiletten en een parkwachter bij wie we 7 dollar parkeergeld mogen betalen. De camping is vol. We riskeren maar geen boete door illegaal te overnachten en rijden door naar Durras North.




Een meer, de zee. Een non-power plek op een rustige eco-camping voor 75 dollar per nacht. Eco=goed(?)=prijzig. Kangoeroes huppelen langs en gaan rustig naast de tenten en caravans liggen. Onze buurman gaat vissen en onze kinderen gooien ook de hengel uit. Er mag vuur gestookt worden bij de BBQ op iedere plek. ’s Avonds zien we uit de aangrenzende bush, possoms tevoorschijn komen. Als we ze beschijnen staan ze even stil als een standbeeld. We staren naar de hemel en wachten op sterren die vallen. Vannacht hoop ik ze te zien vanuit het dakraam in de camper.


The Discovery Trail die in de folder wordt aangeduid als een wandeling van 45 minuten,  betekent voor ons vijven een prima tocht van twee uur door bos en subtropisch regenwoud. We lopen over een omgevallen 30 meter lange boom. We verbazen ons als we omhoog kijken. In deze bush zijn bomen gekapt voor de bouw van de Sydney Harbour Bridge. 

Farah en Lotus vinden grote platte stenen. ‘Kijk mam: een iPad. En dit is een iPhone.’ Alle dieren verschuilen zich door het luide gechat van deze twee.

Wij zijn de enige camper op dit natuurterrein met tenten. De stacaravans die er staan worden aangeprezen als retro en dat is het is het. We zijn los van de wereld en terug in de tijd. De mensen zijn ook meer op zichzelf. Stug wellicht. We vallen een beetje uit de boot.

Als we wegrijden hebben we alle vijf behoefte om luid te joelen, en harde muziek te draaien.


zaterdag 3 maart 2012

Camper-trip part2



Het landschap wisselt in korte tijd. Van steile kliffen waarbij ik mijn billen dichtknijp en een centimeter opschuif tot glooiende bergen. We gaan landinwaarts, naar Kangeroo Valley. Ik zie in een flits een dode opgezwollen wombat op zijn zij liggen langs de kant van de weg. Op de verkeersborden werden we er al voor gewaarschuwd. Rudi weet dat als er één kangoeroe oversteekt, je meestal de tweede raakt. Het alpenlandschap met koeien, paarden en pittoreske boerderijen gaat over in bossen. We hebben het over Nieuwleusen en hoe het zou zijn als Rudi’s ouders hier zouden wonen. 

De dvd draait achter in op volle toeren. ‘Kleine rode tractor’, met dank aan Diana. ‘Kleine rode tractor, we gaan.’

Wij gaan voorop in de file.


De camping Glenmack Park in Kangaroo Valley doet mij mijmeren over vakanties van vroeger. Hello-ponys om te aaien en te voeren. Vrij uitzicht. Geen vaste plekken, onbeperkte keuze onder een van de bomen. Een kabbelend beekje om dammen in te bouwen. Een roestig speeltuintje en seventies midgetgolf baan en een honk waar ’s avonds een kinderfilm gekeken wordt. Alles wat je nodig hebt.

De camper naast ons staat binnen een uur ergens anders omdat onze kinderen niet echt stoppen met geluid produceren tot het bedtijd is. Vriendjes zijn zo gemaakt bij het voeren van de paarden. ‘De kleine bijt. De grote niet’, weet Lotus mij de te vertellen. En weg is ze, met fluorescerende oranje laarsjes, met haar zusje aan de hand.


De maan is vol en ik droom intens.  Bij zonsopgang denk ik in de ochtenddauw een kangoeroe te zien, maar het blijkt een BBQ te zijn. 

We laten de klaptafel staan en gaan naar de Fitzroy Falls in Yarrunga Valley, Morton National Park. Na een korte wandeling komen we aan bij het adembenemende  uitkijkpunt dat mij hoogtevrees bezorgt. Het spattende water creëert een dansende regenboog. We kunnen eindeloos ver kijken. 


De temperatuur is meer dan aangenaam, het pad is veilig, de bewegwijziging duidelijk. Een soort bushtracking die je op je hakken kunt doen. Dit is Australie.
We hebben wel meer jungletochten gedaan op andere plekken in deze wereld en heel wat zweet, bloedzuigers en muggen van ons af moeten slaan, maar hier lijk je niet te hoeven afzien. Pure schoonheid.


Onze kinderen worden –helaas- niet echt stiller van zoveel natuur. Het gezang wordt juist steeds luider. ‘Jingle Bells (Jing goes bell)...’ Farah rent vooruit. Ze is dol op verstoppen. Lotus heeft het voor elkaar gekregen dat Rudi haar op de schouders draagt. Ik loop met flinke stap door maar als ik haar dan nog steeds niet zie en naar de afgrond naast me kijk, krijg ik toch een naar gevoel, ook al staan er paaltjes voor.

‘Mamaaa’, hoor ik. Ze springt achter een boom vandaan.  We weten dat ze er zijn, maar we hebben nog geen kangoeroe gezien.


Twee  aalscholvers duiken met open bek naar boven in de dam in de Kangeroo River. Wij steken stapvoets over en weten dat kleine visjes tussen onze voeten doorschieten, recht in de bek van een van de vogels. We zwemmen in de buurt van een Aussie family waarvan de vrouw op haar man lijkt, met drie kopieën van zonen. Ik kan mijn ogen niet van haar afhouden.

De volgende dag kamperen we –zonder stroom, geen probleem- in Huskisson. Het strand van Jervis Bay is prachtig, goede boogieboardgolven en einde van de middag zien we dolfijnen voorbij springen. Er is nog een Nederlands gezin op het strand. We zijn de enigen die opspringen van enthousiasme. Alle Aussies blijven zitten, ze zijn het gewend/ verwend.


De volgende ochtend omarm ik bijna de man, die in zijn auto een professionele koffieautomaat heeft en de lekkerste cappuccino maakt. Kamperen anno 2012.

Hij deinst een beetje terug.


vrijdag 2 maart 2012

Camper-trip part1


Ik ben niet van de lange termijn planningen, maar vijf jaar geleden, maakten we specifiek plannen voor het jaar 2012. 

Het was een zwoele zomeravond bij café ’t Loosje op de Nieuwmarkt in Amsterdam met koud bier. We hadden net gehoord dat ik zwanger was van een tweeling en zaten bij te komen van de schrik met een lach. Tropenjaren stonden ons te wachten, met drie kleintjes. We gingen rekenen: 2012  zou het laatste jaar zijn voordat ze leerplichtig zouden zijn. De perfecte tijd voor een sabbatical.  Met  een camper. Geen gesleep met koffers of rugzakken, het hele huis bij ons.  We toosten. Het was een mooi vooruitzicht.


Vijf jaar later –de tropenjaren hebben we inmiddels achter de rug in Thailand- vraagt Morris: ‘Hoeveel kamers heeft de camper?’ ‘Wanneer gaan we ‘de camping’ ophalen?’  vraagt Farah. Joelend stappen ze in. Vertrekpunt 42 William Street,  Double Bay, Sydney.

We zijn nog geen 5 minuten van huis of Lotus kondigt aan dat ze moet poepen.
Geen sabbatical van een jaar, maar onze eerste vakantie van twee weken sinds onze aankomst in Sydney, bijna een half jaar terug. Morris wordt deze maand zes, op Australian Day. Het heeft zo moeten zijn.


The Princess Highway leidt ons naar het zuiden en we besluiten linksaf te gaan in het Royal National park, the Grand Pacific Drive te volgen. De echte bush, nog geen drie kwartier van Sydney af. De kinderen kijken ‘Mickey’s Kerstfeest’ terwijl wij tussen hoge naald- en loofbomen slingeren. Af en toe knalt het deurtje van het kastje in ‘de badkamer’ open of valt er een knuffel op de grond.

Morris kondigt aan dat hij moet overgeven. Nog net op tijd heeft hij de vuilniszak voor zich en zet Rudi het gevaarte langs de weg. Het bespaart ons twee weken in de zure lucht slapen.

Het favoriete strand van Vita bij Stanwell is prachtig. We zien een paar surfers die wel de zee in durven. Een partytent op een verlaten strand die bijna omwaait. Heerlijk om te lopen en het zand te voelen. 

Morris zit Farah te klieren met een stok. We proberen het te negeren en slaan de korrels van onze voeten als we weer instappen.


Ruli in Bulli. Onze eerste nacht op een camping, naast (of misschien wel gedeeltelijk op?) een begraafplaats. We zeggen niks tegen Morris. Zijn fascinatie met de dood bezorgt ons soms de rillingen en leidt tot filosofische uitspraken. ‘Alles in de wereld wat groeit kan dood gaan.’ ‘Hoe lang groei ik?’  

De buurman heeft the Barbie al aanstaan en zegt dat onze villa op wielen beter aan de andere kant kan staan van nummer 49 zodat we niet tegen zijn scheerlijnen aanleunen. Hij staat hier al drie weken met zijn vrouw. We nemen de Ikea plastic champagne glazen mee naar het strand en toosten op een geslaagde eerste rijdag. De kinderen die niet wilden zwemmen in zee, zijn inmiddels al nat. Ze spelen in hun ondergoed in het water tot we honger krijgen en ik achter het aanrecht kruip in ons motorhome. 

Ravioli staat op het menu, want zo hoort het op dag 1, he mam?